2G6 rond 1050 is gebeurd, in elk geval onder bisschop Bernold (1027-1054). Monna kan met deze gedachte niet uit de voeten. In 1028 werd namelijk aan de Paulusabdij een aantal goederen bevestigd en de abdij is dan gewijd aan aandere heiligen dan aan Michael; onder andere aan Paulus. l\Ju staat in 1028 niet vermeld waar de abdij toen was gevestigd: in Leusden of in Utrecht In het eerste geval klopt Monna's theorie inzake de Michael wijding minder goed, terwijl bij de tweede moge lijkheid de vraag rijst waarom de abdij aan zoveel heiligen buiten Paulus is gewijd. Het zijn voldoende vragen die tot verder onder zoek prikkelen. Noten 1. Zie bijvoorbeeld het artikel van Dom.C. Damen O.S.B., over de Sint-Paulusabdij van Utrecht in: Jaarboekje Oud-Utrecht, 1957. 2. A.D.fl. Monna, Zwerftocht met middeleeuwse heiligen, Amsterdam, Rodopi, 1988. 3. Alpertus van Metz, Gebeurtenissen van deze tijd Een fragment over bisschop Diederik I van Metz. De diversitate temporum Fraqmentum de Deoderico primo episcopo Mettensi, ingeleid, uit gegeven en vertaald door Hans van Rij m.m.v. Anna Sapir Abulafia. 4. R.M. Kemperink bestrijdt de opvatting dat Alpertus zijn verhaal in Hohorst geschreven zou hebben, zoals H. van Rij in de inlei ding op bovengenoemde editie tracht aan te tonen. R.M. Remperink, 'Kanttekeningen bij Alpertus van Metz', Flehite XIII (1981) 4, p.8-16. 5. Naar A.D.A. Monna, p. 85. 6. M. Martens, 'Le culte de Saint Michel en Belgique'Millénaire 437,439; naar Monna, p. 84. 7. Universiteitsbibliotheek Utrecht, Hs.425, naar Monna, p. 86. Huize 'De Boom' en haar bewoners G. Wanner Vanaf 1929 was Mejuffrouw Anna Aleida de Beaufort eigenaresse van het landgoed. Zij was geboren op 29 juli 1880 als dochter van Mr. A.J. de Beaufort, die leefde van 1855 tot 1929 en Mevrouw de Beaufort, 207 baronesse van Hardenbroek, geboren in 1856 en overleden in 1926. Uit dit huwelijk is ook een zoon geboren, de heer Ernest Louis de Beaufort, bij velen toen bekend als 'de jongeheer van de Boom'. Hij was enige jaren jonger dan zijn zuster Mejuffrouw A.A. de Beau fort en mede door zijn zwakke gezondheid overleed hij op vrij jonge leeftijd, ook in 1929, hetzelfde jaar als zijn vader. Het volmaakte gezinsleven heeft dus maar betrekkelijk korte tijd geduurd, temeer daar het overlijden van vader en zoon in 1929 plaats vond binnen een tijdsbestek van zes weken. Mejuffrouw de Beaufort heeft mij verteld dat haar vader het overlijden van haar broer Ernest zo aantrok, dat zijn gezondheid daardoor diep werd aangetast. Een gevolg van een en ander was dus dat Mejuffrouw A.A. de Beaufort geheel alleen kwam te staan in het grote huis De Boom en als eigena resse van het landgoed. Niettemin wist zij zich toentertijd omringd van een grote staf huishoudelijk personeel, bospersoneel en tuin- personeel. De heer W. Derksen, van oorsprong privé-onderwijzer voor de kinderen de Beaufort, was inmiddels opgeklommen tot rentmeester. En niet te vergeten; 'de Kamerbeken' (boswachters) waren met de rent meester gezaghebbende figuren. Voor Mejuffrouw de Beaufort brak toen een tijd van bezinning aan, zo als zij zelf vertelde, onder andere een bezinning op de mogelijkheden die het huis zou kunnen bieden met betrekking tot een funktionele taak. Hiermede werd een tweede tijdperk aangevangen. Op 13 maart 1930 werden de eerste diaconessen verwelkomd op De Boom, waarmede het huis min of meer de naam van 'rustoord verkreeg. Dit alles gebeurde pro deo. Later, in de jaren 1960-70, werd naast diaconessen, ook huisvesting verleend aan overige verpleegsters en oud-gedienden van ziekenhuizen. Ook deze periode kende zijn dieptepunten, namelijk de oorlog 1940-45 met de daarmee gepaard gaande evacuatie, oorlogsschade aan onroerend goed, ipnundatie van gronden gelegen ten oosten van het valleikanaal, de steeds moeilijker wordende conjuncturele omstandigheden waarin de partikuliere landgoederen kwamen te verkeren. Een en ander leidde tot een wel zeer te respekteren en uniek besluit, namelijk de op richting van de Stichting 'De Boom' op 11 december 1948. Enkele ge bieden werden reeds vanaf die datum bij de stichting ondergebracht. Deze stichting zou het gehele landgoed gaan exploiteren vanaf het tijdstip van overlijden van eigenaresse, of, op een ander tijdstip indien zulks noodzakelijk bleek. üJelnu, het laatste was het geval, want reeds in 1960 vond de overdracht plaats.

Digitaal tijdschriften archief - Archief Eemland

Historische Kring Leusden | 1988 | | pagina 6