de TD-maatregel de relatie met andere groepen Frans Jan Berkenbosch 248 controle zou gaan uitoefenen. Daarom verfijnde men de methode. Stel, dat men van een al gestorven persoon de overlijdensakte uit de burgerlijke stand verwijderde. De nu 'levende' persoon liet men verhuizen naar de woonplaats van een onderduiker, en daarna kon men aan die onderduiker de identiteit van een toch al overledene geven. Het was het veiligst om dan de gegevens te nemen van personen, die in dezelfde tijd geboren waren als de onderduiker, maar als baby waren gestorven. Wanneer de administratief levend gemaakte baby dan één of meer keer 'verhuisde' naar andere gemeenten, zou niemand er van opkijken, dat er nu toch weer iemand met de naam en leeftijd van een al lang geleden overleden persoon rondliep. Volgens deze methode konden velen die moesten onderduiken geholpen worden met persoonsbewijzen, bonkaarten, 'Ausweise' tegen arbeidsinzet in Duitsland, en derge lijke. Natuurlijk raken we hier aan de grote betekenis van de methode van de TD-verzetsgroep! De invoering van een tweede distributiestamkaart had als doel het verzet te dwars bomen. Omdat de Duitsers de uitreiking van deze nieuwe stamkaart wilden laten samenvallen met een controle van het persoonsbewijs, zouden onderduikers toch te voorschijn moeten komen. Verder waren de Duitsers van plan om de persoonsbewijzen, de stamkaarten en de inlegvellen per distributiekring te nummeren. Dan zou een vel met bonnen uit het ene district niet meer in een ander district gebruikt kunnen worden. En dan had het kraken van distributiekantoren ook niet zoveel zin meer. Tenslotte zou iedereen bij het afhalen van zijn tweede distributiestamkaart een contro lezegel op het persoonsbewijs krijgen. Wie bij controle geen zegel op zijn persoonsbe wijs bleek te hebben was dan natuurlijk verdacht. De TD-kaart was dus een groot gevaar. In het algemeen gesproken, wilde 'de' illegaliteit de medewerking aan de invoering van de T.D.-kaart verhinderen. De TD-verzetsgroep had een andere opvatting. Zij ging ervan uit, dat maar weinig ambtenaren een opdracht naast zich neer zouden durven of kunnen leggen. Net als met de persoonsbewijzen, kozen zij ook in dit geval voor ambtelijk knoeien, d w z. de bezetter tegenwerken door met hem mee te werken. Daarom stelde de TD-groep voor, dat alle in een bepaalde plaats wonende 249 onderduikers gewoon hun TD-kaart zouden krijgen. Een voorwaarde hiervoor was dat onderduikers waren ingeschreven in het bevolkingsregister van hun onderduikplaats. Als dat nog niet gebeurd was moest dat, op de ons inmiddels bekende manier, worden geregeld. Natuurlijk moesten ambtenaren van de distributiedienst en van de burgerlijke stand dan wel samenwerken, maar dankzij het inmiddels gevormde netwerk kon dat ook. Verder stelde men voor om 2% extra TD-kaarten uit te reiken. Het was bekend dat zo'n marge geen verdenking zou oproepen. Deze kaarten konden dan gebruikt worden voor onderduikers, die niet ingeschreven stonden in de burgerlijke stand. Indien er voldoende TD-kaarten en bonnen beschikbaar kwamen, zou het zetten van kraken op distributiekantoren overbodig worden. Deze bij knokploegen gebruikelijke methode leverde in de ogen van de TD-groep voornamelijk risico's op, want de aandacht van de Sicherheitsdienst werd erdoor getrokken. De voor de hand liggende vraag, of de methode van de TD-groep nu wel of niet voldoende bonnen zou kunnen opleveren om gewapende acties van de Landelijke Knokploegen overbodig te maken, moet hier blijven rusten. De geinteresseerde kan de verschillende argumenten lezen in het boek 'Het geruisloze verzet', in de hoofd stukken 3.2.5 tot 3.2.10 en 4. Harry Theeboom vertelde bij de uitreiking van de Yad Vashem onderscheiding, op 16 september 1992, hoe hij in Leusden belandde en hoe het verder met hem ging. Toen zijn ouders op 20 juni 1943 werden weggevoerd, weigerde hij mee te gaan en hij verstopte zich in een schuilplaats van de woning in Amsterdam. Via omzwervingen, bij bekenden en nog niet weggehaalde familie, kwam hij terecht bij een familielid van de ambtenaar uit de gemeente Leusden. Na 6 weken onderdak op een tijdelijk adres in de Jordaan, waarbij hij geen stap buiten de deur kon zetten, gebeurde het volgende: Er komt er een wildvreemde man van buiten de stad. Je krijgt van hem een echt persoonsbewijs zo maar zonder ervoor te moeten betalen. Een persoonsbewijs zonder een J erop. Hij geeft je een andere naam: 'Vanaf dit moment heet je Frans Jan Berkenbosch en je bent in Utrecht geboren op 25 november 1926' Hij neemt je mee naar Leusden en geeft je onderdak Theeboom vertelt, hoe hij tot zijn verbazing in Leusden een aantal bekenden aantrof,

Digitaal tijdschriften archief - Archief Eemland

Historische Kring Leusden | 1994 | | pagina 8